Orgel van de Dominicanenkerk Zwolle

Het orgel in de Dominicanenkerk in Zwolle is gebouwd als Frans romantisch orgel in de geest van Aristide Cavaillé-coll.

Het orgel is in 1911 / 1912 door P.J. Adema en Zonen gebouwd. Opmerkelijk is dat het orgel niet op een orgelbalkon is geplaatst. Maar op de vloer in het koor.

De orgelkas is ontworpen door Jan Stuyt, en rijkelijk voorzien van snijwerk en verguldsel. Achter het front staat een dichte orgelkas met daarin het Grande Orgue, het Recit expressief en het Pedaal. De kas is voorzien van een plafond hoewel dit in het front niet duidelijk zichtbaar is.

Ook de speeltafel is aan de achterzijde voorzien van snijwerk. Ook vinden we daar de vergulde tekst: QUI FACIS ANGELOS TUOS SPIRITUS (Psalm 104 :4) vertaald: U maakt van de winden Uw boden. Op de pedaaltorens staat geschreven LAUDATE DOMINUM IN TIMPANO ET CHORO. LAUDATE EUM IN CHORDIS ET ORGANO (Psalm 150:4) vertaald: Looft de Heer met tamboerijn en zang. Looft Hem met snarenspel en orgel, in even mooie vergulde letters.

Het instrument was bij oplevering voorzien van 25 stemmen. De tractuur was pneumatisch naar het systeem van Nöhren. De speeltafel had de registertractuur aan beide zijden. Deze was in 3 lagen terrasvormig aangebracht. De koppelingen en Combinatiemogelijkheden waren uitgevoerd als voettreden. De tongwerken zijn gemaakt door fa. Franssen te Roermond volgens Franse traditie


Bij de oplevering in 2012 had het orgel de volgende dispositie:

Grand Orgue:
Principaal 16′, Bourdon 16′, Praestant 8′, Salicionaal 8′, Fluit Harmoniek 8′, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Fluit Octaviant 4′, Octaaf 2′, Mixtuur III-V sterk, Trompet 8′.
Reciet Expressief:
Principaal 8′, Viola di Gamba 8′, Vox Coelestis 8′, Aeoline 8′, Dwarsfluit 8′, Quintadeen 8′, Viola 4′, Fluit Douce 4′, Violine 4′, Piccolo 2′, Trompet 8′, Fagot-Hobo 8′.
Pedaal:
Contrebas 16′, Subbas 16′, Openbas 8′, Gedekt 8′.

Speelhulpen:
Manuaalkoppel, Pedaal – GO, Pedaal – Reciet, Suboctaafkoppel Hoofdwerk, Superoctaafkoppel Hoofdwerk, Suboctaafkoppel Reciet.
3 vrije combinaties, vaste combinaties, automatische pedaalomschakeling, generaal crescendo.


In 1916 werd het orgel verder afgebouwd en krijgt het 7 stemmen erbij, namelijk:
Grand Orgue: Gamba 8′ , Cornet V en een Klaroen 4′
Recit expressief: Viola Major 16′ en een Nachthoorn 8′
Pedaal: Violoncel 8′ en een Open Fluit 4′

Bij een brand in het klooster in 1933 -welke gebeurtenis zo ingrijpend was dat deze is vereeuwigd in één van de vele glas in loodramen- raakte het orgel ernstig beschadigd door hitte en bluswater. J. Adema stelde een plan op voor herstel van het orgel.
Dit hield in dat de speeltafel moest worden vernieuwd, het orgel worden gereinigd en enig pijpwerk hersteld. Bij deze werkzaamheden werd het orgel ook uitgebreid met een Automatisch Pedaal (omschakeling van pedaalregisters bij het spelen op de verschillende klavieren) een Generaal Crescendo (registerzweller) Subkoppels op beide klavieren en een Superkoppel op het Grand Orgue.

In 1946/1947 komt Hubert Schreurs werkzaamheden verrichten aan het orgel. Bij deze gelegenheid werd met name het recit flink aangepakt:
De Quintadeen 8′ werd veranderd in een Roerfluit 4′
De Aeoline 8′ werd een Flageolet 2′
De Fluit 4′ werd een Nasard 2 2/3′
De Piccolo2′ werd een Terts 1 3/5′
Bij deze werkzaamheden is bijna al het originele pijpwerk hergebruikt. Ook plaatste Schreurs een Mixtuur IV-V En een Vox Humana 8’op het Recit

Bij de restauratie van het orgel in 1961 krijgt het orgel weer meer stemmen en worden stemmen veranderd. In het hoofdwerk wordt de mixtuur uitgebreid met één koor in de bas en de Gamba 8′ wordt vervangen door een Cymbale III.
Het Recit krijgt er een Trompet Harmonique 8’bij terwijl het pedaal wordt uitgebreid met een Trombone 8′ en een Bazuin 16′
Bij deze restauratie wordt ook de registertractuur geëlektrificeerd.

In 1979/1980 wordt het orgel nog eens gerestaureerd. Bij deze restauratie wordt de toetstractuur geëlektrificeerd. Het orgel is dus nu rein elektrisch.


De huidige dispositie is nu als volgt:

Grande Orgue: 
Principaal 16′, Bourdon 16′, Praestant 8′, Holpijp 8′, Fluit Harmoniek 8′, Salicionaal 8′, Octaaf 4′, Fluit Octaviant 4′, Doublet 2′, Cornet V sterk (discant) – 1916, Mixtuur III-VI sterk, Cymbale III sterk, Trompet 8′, Klaroen 4′ – 1916/1961.

Reciet Expressief: 
Viola Major 16′ – 1916, Principaal 8′, Dwarsfluit 8′, Nachthoorn 8′ – 1916, Viola di Gamba 8′, Voix Céleste 8′, Roerfluit 4′ – 1946, Viola 4′, Nasard 2 2/3′ – 1946, Flageolet 2′ – 1946, Terts 1 3/5′ – 1946, Mixtuur IV-V sterk – 1946, Trompet Harmoniek 8′ – 1961, Fagot-Hobo 8′, Vox Humana 8′ – 1947, Tremulant.

Pedaal: Contrabas 16′, Subbas 16′, Openbas 8′, Violoncel 8′ – 1916, Gedekt 8′, Openfluit 4′ – 1916, Bazuin 16′ – 1961, Trombone 8′ – 1961.

Speelhulp: Koppel Ped/GO, Koppel Ped/RE, Koppel GO/RE, Koppel GO/Octaaf grave RE, Octaaf Grave RE.
2 vrije combinaties, Vaste combinaties (pp – p – mf – f – ff – tutti), Combinatieregisters (treden, per manuaal en pedaal), Automatisch pedaal.